Welkom op susansusan.nl, de plek waar ik mijn hart lucht en mijn niet-altijd-even-intense-gedachten met de wereld deel. Mijn naam is Suus, twentysomething en ik woon in de mooiste stad van het land: Utrecht. Hier bezit ik een klein paleisje en studeer ik Documentaire Fotografie, mijn grootste passie & frustratie tegelijk. Naast al het klikken met mijn camera geniet ik vooral met volle teugen van de liefde van mijn leven; 10 juni 2010 ben ik getrouwd met Erik!

Ik eet me ziek aan chocola en heb een zwak voor rode katten, oude fotocamera's, bloemetjesprints en groene thee drinken uit hele grote mokken. Vanaf maart 2009 heb ik 5 maanden in Kenia gewoond, waar ik vrijwilligerswerk heb gedaan in het Dickson Children Centre. Een onvergetelijke tijd! Van mijn kersverse huwelijk tot Afrikaanse-trekjes en de dagelijkse dingen des levens; alles wordt hier beschreven. Ik daag je uit om mee te lezen!



Lovend

Volgens mij kreeg ik gister wat men ook wel een ‘supergoede beoordeling’ noemt. Ik had de herkansing voor 3 vakken die ik in maart onvoldoende had afgesloten. Voor 1 vak was het een kwestie van ‘iets meer foto’s maken en het is goed’, terwijl ik voor een ander vak nog a hell of a lot moest doen. Het begon namenlijk zo;

In september 2009 begon de opdracht waar ik voor de vakken Documentaire Fotografie en Research ruim een half jaar aan zou werken. Wij moesten een fotoserie maken met het thema ‘Utopia’ in ons achterhoofd, en het resultaat moest een fotoboek en een essay van ongeveer 2000 woorden worden. Pas in november 2009 wist ik welk onderwerp ik wilde aanpakken; ruim 2 maanden later dan mijn klasgenoten. Hierdoor liep ik naast een heleboel gezeik van mijn docenten een forse achterstand op. Het was noodzakelijk dat ik zo snel mogelijk begon met het fotograferen van een clubje van 4 evangelisten, mijn gekozen onderwerp. Dat deed ik, maar het lukte voor geen meter. De beelden waren echt heel erg slecht en ik wist gewoon NIET wat ik met het onderwerp en die fanatieke evangelisten aan moest. Ik voelde mij totaal niet op mijn gemak als ik met ze mee ging fotograferen, en dat straalde er van af. Maandenlang ging dit zo door, met een nog grotere achterstand als gevolg. Ik haalde mijn tussentijdse beoordeling van december niet, en moest deze in januari herkansen. Weer haalde ik een onvoldoende, en daarmee werd het duidelijk de achterstand té groot was om mijn project end maart af te sluiten. Dit had een flinke weerslag op alles; ik was de kunstacademie helemaal ZAT. Ik zat al niet al te best in mijn vel nadat ik terug kwam uit Kenia en hier niet kon aarden, en dit hielp daar niet aan mee. Ik heb talloze keren huilend aan de telefoon gehangen met Erik, klaar om met die studie te stoppen. En ik ben echt niet iemand die snel opgeeft als het niet gaat, maar alles was zo’n grote bende dat ik niet meer zag hoe ik dit op kon lossen.

En toen werd het februari en ging alles plotseling beter. Toen ik hoorde dat ik mijn project in augustus moest herkansen, liet ik alles van me af vallen. Ik kocht een nieuwe camera, gunde mezelf wat meer de tijd en ging gewoon weer lekker fotograferen. De druk was ZO hoog geworden door alle niet gehaalde beoordelingen, dat ik het plezier in fotografie volledig kwijt was. Langzaam kwam het fijne gevoel weer terug, en werden m’n foto’s steeds beter. De eindbeoordeling die ik in maart had ging boven verwachting erg goed. De docenten zagen dat ik vooruit ging en uitten hun vertrouwen dat het in augustus helemaal goed zou komen.

De afgelopen maanden heb ik keihard gewerkt, wat absoluut niet fijn was naast mijn 2 stageplekken en het plannen van een bruiloft. Ik ben wekenlang boos geweest op school dat ik in mijn vakantie door moest werken voor de herkansing, en dat ik na een zwaar studiejaar nog steeds geen rust had. Maar ik was ZO vastberaden om een goed eindresultaat neer te zetten dat ik – zwaar chagrijnig – door heb gewerkt.

En met resultaat. Want gister was de herkansing en het ging goed. Nee, geweldig. Het enige puntje van kritiek dat de docenten hadden op mijn boek was het bindwerk, en dat heb ik niet eens zelf gedaan. Ze vonden het boek heel erg goed, de edit heel sterk, de fotografie was enorm vooruit gegaan, de beeldcombinaties waren sterk, goede titel, mooie voorkant. Kortom; drie-keer-hoera-en-holladiejee! Ik had wel verwacht dat het goed zou zijn, maar had dit niet zien aankomen. Lichtelijk euforisch ging ik naar huis, en vandaag ben ik dat nog steeds!




Kattenfluisteraar

Het weekend was in een woord samen te vatten; POES! Sinds Poes, voorheen Liset, in huis is, staat de wereld op z’n kop. De hele dag houden we Poes in de gaten alsof het een psychiatrisch patiënt met zelfmoordneigingen is. We komen gezellig praten, proberen haar te verleiden tot spelen en steken regelmatig ons hoofd om de muur om te zien wat Poes doet. Nu is dat niet veel, want Poes zit overdag alleen maar in z’n hok. Bij het asiel werd ons al verteld dat het een beschadigd beestje is, afkomstig uit een gezin met heel veel katten, en waar heel slecht voor haar gezorgd is. En dat merken we nu, want Poes is wantrouwig tot op het bot en wil ab-so-luut niet dat je te dichtbij komt. De eerste dag werd constant naar ons geblazen en uitgehaald. Toen ze ‘s avonds in de vensterbank was gaan zitten en wij de kaarsjes en beeldjes die daar stonden weg wilden halen, hebben we dat met ovenhandschoenen aan moeten doen. Maar in slecht 2 dagen tijd merken we dat Poes al behoorlijk bijdraait. Ze ligt steeds relaxter in haar mandje, schrikt niet meer zo van onze stemmen en laat ons veel dichterbij komen. Een aanraking zit er voorlopig nog niet in, maar dat komt vanzelf wel.

Sinds Poes er is, praten we ook alleen maar over Poes. Waar ‘ie zit, wat ‘ie doet en of er al gegeten is. Vanmorgen liet Erik mij vol trots 2 drolletjes in de kattenbak zien. Poes weet waar het toilet staat – thank god. Als ouders die hun kind voor het eerst zien staan, zo trots zijn wij als poes haar grens weer een beetje verlegd. Ik begin ouders met kinderen sowieso meer te waarderen nu we een kat hebben. Ik begrijp ineens een heel stuk beter hoe leuk het is om elkaar op de hoogte te houden van alles wat de kleine doet, tot de uitwerpselen aan toe. Volgens mij behandelen wij de kat ook alsof het ons kind is. Erik zegt Poes uitgebreid gedag voordat hij naar z’n werk gaat, en leest de krant als hij naast haar mandje op de grond zit. Ik lig ook regelmatig plat op mijn buik voor de mand van Poes, om even te praten. Nu klinkt het alsof we knettergek zijn, maar bij het asiel werd verteld dat de kat echt aan ons moet wennen, en dat ze ook zo veel mogelijk met ons geconfronteerd moet worden. Dus nu eten we al een paar dagen netjes aan tafel, vlak naast het mandje van Poes.

Het hebben van een kat is tot nu toe heel erg leuk, ondanks dat het zo’n schuw beestje is. Het is een uitdaging om te zien hoe we Poes aan ons kunnen laten wennen, en een kick als daar vooruitgang in te zien is. Ja ja, de kat is leuk en geweldig, maar over ding maakte ik me toch wel zorgen. Poes at vrijwel niets. De 30 gram voer die we haar de eerste dag gaven lag vanmorgen nog vrijwel onaangeraakt in haar hokje. Vreemd vond ik, want het waren dezelfde brokken als die in het asiel. En als ik de brokjes op de grond legde, was het in no-time verdwenen. Vanavond, na een lange dag zonder eten, viel het kwartje; zou het aan het bakje liggen? Ik legde wat voer op een plat schoteltje, en Poes begon meteen te eten. Problem solved.

Mocht het nou niets worden met die kunstacademie, dan wordt ik kattenfluisteraar.




Gezinsuitbreiding!

Hoera hoera, vanaf nu met z’n 3en! ;)

Erik & ik zijn de trotse ‘in-bruikleen-ouders’ geworden van asielpoes Liset! (daar gaan we nog iets beters voor verzinnen)

Gewicht; 4,6 kilo (inclusief kattenmand)
Lengte; korter dan een hond, langer dan een konijn

Liset is nog erg schuw, maar bezoek is welkom!

Cadeautip; brokjes




Eerlijk

Ik heb me laatst voorgenomen dat ik wat vaker eerlijk ga zijn over dingen. Niet dat ik als een Joran van der Sloot alles aan elkaar lieg, maar ik heb wel vaak excuusjes merk ik. Geen tijd, te druk, moe, ziek; ik denk dat iedereen het wel eens gebruikt om ergens onderuit te komen waar ze eigenlijk geen zin in hebben. Gedreven door een goede sessie in de therapiegroep waar ik wekelijks naartoe ga (de kunstacademie heeft me voorgoed verpest vrees ik) waarin ik gewaardeerd werd om m’n eerlijkheid, besloot ik dat ook maar in de rest van m’n leven toe te passen. Geen smoesjes meer; gewoon eerlijk zeggen. En als ik dat niet durf, tegen mijn zin in gewoon gaan. Maar het niet meer gooien op de nacht daarvoor slecht geslapen, te veel te doen voor m’n studie of er de volgende dag weer vroeg uit moeten. Volgens mij gelooft niemand deze smoesjes, en ik ging me er zelf ook niet beter door voelen; ik stond gewoon te liegen.

Een paar minuten geleden werd ik meteen al getest; een collega belde mij of ik aanstaande woensdag voor haar wilde invallen. Aangezien ik die dag van 13:00 tot 17:00 herkansingen heb op de kunstacademie, zou dat dus niet mogelijk zijn. Ze vroeg daarop of ik die avond dan wilde werken. Dat kwam mij ook niet goed uit, aangezien ik de dag daarop om 05:30 moet beginnen met werken. En nu vind ik mijn werk heel leuk, maar om ‘s avonds tot 23:00 te werken en er 6,5 uur later om 05:30 alweer te staan gaat mij iets te ver. Dat begreep ze ook goed. Toen bood ze aan om een vervanger te zoeken voor mijn vroege dienst, zodat ik de avond ervoor wel zou kunnen werken. Toen zei ik maar bloedeerlijk dat ik daar gewoon geen zin in had. Dat ik veel liever om 04:45 naast m’n bed sta om de winkel te openen, dan dat ik tot 23:00 werk. En toen kreeg ik de opmerking;

‘Maar het is niet altijd een kwestie van zin hebben, toch?’

Deze opmerking maakte mij een beetje boos. Natuurlijk wil ik een collega best helpen. Ik maak er nooit een punt van als ik een half uur langer door moet werken om de afwas weg te werken, zodat een ander dat niet hoef te doen. Maar kritiek hebben op het feit dat ik liever mijn eigen dienst werk in plaats van te ruilen, dat vond ik niet zo leuk. Ik wil na een heftig dagje vol herkansingen gewoon thuiskomen en niets doen. En niet naar huis rennen, m’n werkkleding aantrekken en tot 23:00 werken. Kortom; ik had er gewoon absoluut geen zin in. En dat heb ik maar eens eerlijk gezegd. Achteraf bedacht ik dat ik trouwens niet eens zou kúnnen werken die avond omdat ik dan mijn wekelijke groepstherapie heb. Heb ik meteen weer een mooi punt in te brengen; begin je vol goede moed aan je voornemen om eerlijk te zijn, krijg je alsnog commentaar.

Ik denk dat ik de volgende keer maar weer gewoon een tentamen heb, ziek ben, in Spanje zit en/of de hond uit moet laten.