Sinds kort zit ik op Facebook. Na jaren kon ik de drang niet weerstaan en besloot ik mezelf aan te melden. Het is toch leuk om zo een beetje in contact te blijven met mensen die buiten het bereik van Hyves vallen. Na mijn aanmelding kreeg het ene vrienden verzoek na het andere. Van klasgenoten, vrienden en mede-vrijwilligers uit Kenia. En tussen al die verzoeken kreeg ik ineens een berichtje binnen van Bongo, de chauffeur van het weeshuis waar ik in Kenia zat. Enthousiast en een beetje verbaasd (doen ze in Kenia ook al aan Facebook? Ze hebben geeneens washandjes daar!) voegde ik hem toe, want dit is een leuke manier om een beetje contact te houden met het zuidelijk halfrond. En Bongo leek me wel een veilig persoon om contact mee te onderhouden. Van alle mannen die ik in Kenia leerde kennen, was Bongo een van de weinigen die niet om mijn telefoonnummer/adres/hand vroeg. Keniaanse mannen laten zich niet tegenhouden door leeftijdsverschil, kinderen of een trouwring, zowel die van hunzelf als die van mij. Alles wat blank en vrouwelijk is, is iets om achteraan te jagen. Maar Bongo is altijd een keurige vent geweest. Toch ging het mis. Want hoewel Bongo puur vriendschappelijk blijft, zijn zijn vrienden typisch Keniaans. De afgelopen dagen word ik overspoeld met vriendjes-aanvragen door Keniaanse mannen. Na 5 maanden ‘Sister how are you? I like you! You are so pretty! Give me your number!’ en stiekem briefjes toegestopt krijgen met telefoonnummers en mailadressen dacht ik met 7000 kilometer afstand en 2 verschillende continenten wel van af te zijn. Maar de Keniaanse mannen blijken hardnekkiger dan ik dacht. Facebook is het nieuwe jachtterrein. En dan ben je zelf 7000 kilometer verderop niet meer veilig.








Terugblik