Welkom op susansusan.nl, de plek waar ik mijn hart lucht en mijn niet-altijd-even-intense-gedachten met de wereld deel. Mijn naam is Suus, twentysomething en ik woon in de mooiste stad van het land: Utrecht. Hier bezit ik een klein paleisje en studeer ik Documentaire Fotografie, mijn grootste passie & frustratie tegelijk. Naast al het klikken met mijn camera geniet ik vooral met volle teugen van de liefde van mijn leven; 10 juni 2010 ben ik getrouwd met Erik!

Ik eet me ziek aan chocola en heb een zwak voor rode katten, oude fotocamera's, bloemetjesprints en groene thee drinken uit hele grote mokken. Vanaf maart 2009 heb ik 5 maanden in Kenia gewoond, waar ik vrijwilligerswerk heb gedaan in het Dickson Children Centre. Een onvergetelijke tijd! Van mijn kersverse huwelijk tot Afrikaanse-trekjes en de dagelijkse dingen des levens; alles wordt hier beschreven. Ik daag je uit om mee te lezen!



1 jaar ‘thuis’

Vandaag is het één jaar geleden dat ik thuis kwam uit Kenia. Een rare dag. Rond dit tijdstip kwamen Erik en ik aan op Dusseldorf, vlogen we mijn ouders weer in de armen en begon de grote cultuurshock die na een jaar nog steeds flinke naschokken geeft. In een jaar tijd heb ik geleerd dat je wel weer in je huis, maar niet ‘thuis’ kunt zijn. Vooral het eerste half jaar was heftig; ik heb me regelmatig afgevraagd wat ik toch in vredesnaam in Nederland deed en wilde constant terug naar Afrika. Ik bekeek bijna dagelijks de foto’s en filmpjes die ik in Kenia maakte, las regelmatig de verhalen terug op mijn blog stuurde 35 kerstkaarten naar Kenia. In 2010 begon dat wel te veranderen, en een tijdje geleden bedacht ik me dat ik me eigenlijk wel weer heel erg thuis voelde. Tot een paar weken geleden, toen out of the blue het gemis weer op kwam zetten.

En nog bijna dagelijks kom ik dingen tegen die ik gek, anders of totaal overbodig vind. Elke rotte appel of bedorven restje yoghurt dat in de prullenbak verdwijnt, gaat gepaard met beelden van de straatkinderen waar ik vaak eten voor kocht. In bijna elke winkel zie ik wel een artikel liggen waarvan ik me ineens bedenk hoe totaal overbodig zoiets is. En bij elke keer dat ik de douche even laat lopen tot hij echt goed warm is, voel ik me schuldig over het water dat ik daarmee verspil. Maar er zijn ook een heleboel positieve dingen die veranderd zijn. Ik heb geleerd dat ik me in mijn eentje prima kan redden. Ik heb op de meest prachtige plekjes van deze aarde gestaan. Maar bovenal heb ik geleerd hoe ontzettend mooi het is om iets voor een ander te kunnen doen. Hoe je een straatjongen ontzettend blij kunt maken met zoiets kleins als een oud t-shirt. Hoe je een kleuter het alfabet kunt leren schrijven. Hoe mooi het is dat je van een jongetje van 6 een zoen krijgt, omdat hij je gewoon lief vind. En hoe ontroerend het is dat een jongen van 15 schrijft dat je als een zus voor hem bent.

Ik denk dat ik inmiddels wel kan zeggen dat mijn leven, op een positieve manier, nooit meer hetzelfde zal zijn als voordat ik naar Afrika ging. Ik heb daar geweldige mensen leren kennen, mijn 31 ‘broertjes en zusjes’ in mijn hart gesloten en 5 maanden lang meegedraaid in een samenleving die totaal anders is dan de onze. Alles maak je mee als je ergens woont; van kraambezoeken tot begrafenissen. Letterlijk. Op straat afscheid nemen van de kist met daarin het lichaam van huismoeder Gorrety, en geweigerd worden op kraambezoek in het ziekenhuis omdat de vloer van de kraamafdeling net gedweild is. Tenzij je nog wel wat geld kunt missen… Het was niet altijd leuk en het was soms verschrikkelijk moeilijk. Ook nu, als de heimwee naar daar nog veel meer pijn doet dan het gemis naar huis toen ik in Afrika zat. Maar het was, hoe dan ook en without a doubt, de beste beslissing die ik ooit genomen heb.




Beware of the Kenyan men

Sinds kort zit ik op Facebook. Na jaren kon ik de drang niet weerstaan en besloot ik mezelf aan te melden. Het is toch leuk om zo een beetje in contact te blijven met mensen die buiten het bereik van Hyves vallen. Na mijn aanmelding kreeg het ene vrienden verzoek na het andere. Van klasgenoten, vrienden en mede-vrijwilligers uit Kenia. En tussen al die verzoeken kreeg ik ineens een berichtje binnen van Bongo, de chauffeur van het weeshuis waar ik in Kenia zat. Enthousiast en een beetje verbaasd (doen ze in Kenia ook al aan Facebook? Ze hebben geeneens washandjes daar!) voegde ik hem toe, want dit is een leuke manier om een beetje contact te houden met het zuidelijk halfrond. En Bongo leek me wel een veilig persoon om contact mee te onderhouden. Van alle mannen die ik in Kenia leerde kennen, was Bongo een van de weinigen die niet om mijn telefoonnummer/adres/hand vroeg. Keniaanse mannen laten zich niet tegenhouden door leeftijdsverschil, kinderen of een trouwring, zowel die van hunzelf als die van mij. Alles wat blank en vrouwelijk is, is iets om achteraan te jagen. Maar Bongo is altijd een keurige vent geweest. Toch ging het mis. Want hoewel Bongo puur vriendschappelijk blijft, zijn zijn vrienden typisch Keniaans. De afgelopen dagen word ik overspoeld met vriendjes-aanvragen door Keniaanse mannen. Na 5 maanden ‘Sister how are you? I like you! You are so pretty! Give me your number!’ en stiekem briefjes toegestopt krijgen met telefoonnummers en mailadressen dacht ik met 7000 kilometer afstand en 2 verschillende continenten wel van af te zijn. Maar de Keniaanse mannen blijken hardnekkiger dan ik dacht. Facebook is het nieuwe jachtterrein. En dan ben je zelf 7000 kilometer verderop niet meer veilig.




1 jaar

Vandaag is het één jaar geleden dat ik naar Kenia vertrok. 1 Jaar geleden had ik op dit moment net huilend afscheid genomen van mijn ouders en Erik, was ik in mijn eentje door de paspoortcontrole gegaan en stond ik tussen een grote groep toeristen te wachten tot we het vliegtuig in mochten gaan. Het gevoel dat ik daar had weet ik nog precies; ik geen idéé wat me te wachten stond. Ik wist dat als ik de volgende ochtend uit zou stappen, alles vreemd zou zijn. Dat ik als een pasgeboren baby helemaal blanco moest beginnen. Alle geuren, kleuren, mensen en elke centimeter van het landschap zouden compleet nieuw voor mij zijn. Ik kende daar niemand en was nog niet eerder in Afrika geweest. Het gevoel dat ik toen ik in de gate stond te wachten had, is het meest vreemde gevoel dat ik ooit gehad heb. Ik was bang en verdrietig, maar ook zenuwachtig en nieuwsgierig. Blij dat het eindelijk begon, en bang omdat ik tegelijkertijd ook geen idee had wáár ik aan begon.

En nu ben ik alweer zó lang thuis. Zeven-en-een-halve-maand. Vorige week had ik met een aantal mede-vrijwilligers afgesproken, en dat was echt heel gezellig. Zo fijn dat er mensen zijn die hetzelfde meegemaakt hebben, en die alles herkennen. Maar tegelijkertijd krijg ik na zo’n avondje weer ontzettend heimwee naar Afrika. En niet alleen omdat het 30 graden was en de mango’s maar 10 cent kostten. Het gevoel om daar weer iets te gaan doen is heel erg sterk. Ik heb daar jonge kinderen leren kennen die buiten de kleren die ze aanhadden gewoon helemaal niets bezaten. 10-Jarigen met een drugsverslaving, waar niemand naar om kijkt. Ik heb hier in mijn jeugd zo veel kansen gekregn en me nooit ergens zorgen om hoeven te maken, terwijl zij vanaf dag 1 van hun leven vechten om te overleven. De kansen die ik gekregen heb verdienen zij ook, zij hebben er net zo veel recht op. Om simpelweg iets voor deze jongeren te kunnen dóen; dat gevoel knaagt echt al maanden aan mij.

Ik heb die avond maar gebeden wat ik met die gevoelens moest, omdat het mij af en toe verschrikkelijk in de weg zit en ik niet zomaar weer even daarheen kan vliegen. Ik weet gewoon echt niet wat ik er mee aan moet af en toe. En amper 24 uur later slaat Erik zijn armen om mij heen en verteld hij me dat hij eigenlijk ook wel weer terug wil. Dus wie weet, over een paar jaar… Maar gelukkig kan ik ook uit kijken naar mijn afstuderen, dat ik hopelijk dara kan doen. Als alles mee zit, sta ik over 7-8 maanden weer bjj de gate, te wachten op mijn vliegtuig. En dan niet bang, zenuwachtig en betraand. Maar met een hele grote lach op mijn gezicht!




Mutiso

Zoals velen van jullie wel weten werkte ik van maart tot juli dit jaar in een weeshuis in Kenia. Naast het weeshuis waar ik werkte staat een tehuis voor straatjongens, opgezet door hetzelfde echtpaar dat ook het weeshuis waar ik werkte heeft opgezet. In Onesimus, het tehuis voor straatjongens, woonden zo’n 25 jongens tussen de 12 en 18 jaar oud. Allemaal zijn ze weggelopen of verstoten van thuis, waardoor ze jarenlang op straat hebben geleefd met alles wat daarbij hoort; geweld, drugsverslaving, misbruik en criminaliteit. In Onesimus kregen de jongens niet alleen een onderdak, maar ze gingen ook naar school, kregen hulp bij het verwerken van hun problemen en werden losgemaakt van hun gevaarlijke straatleven. Een heel mooie maar ook ontzettend moeilijke taak. De jongens waren een jarenlang straatleven gewend, en om dan een (t)huis met regels te hebben, waarin lang niet alles kan, is een hele verandering. Ondanks de moeilijkheden gebeurden er in Onesimus vooral heel erg veel goede en mooie dingen. De jongens leren lezen en schrijven, gaan naar school en zijn bezig met het bouwen aan een toekomst die ze op straat niet hebben. Het is een heel bijzonder groepje; ontzettend uitbundig en charmant. Ik liep elke dag wel langs het huis, en werd door de aanwezige jongen altijd uitbundig begroet. Een van de vrijwilligers waarmee ik in Kenia zat, werkte daar en hij kwam elke dag wel weer met mooie, aangrijpende en soms ook heftige verhalen. Een heel ander groepje dan de lieve kleine schatjes waar ik mee speelde en voor zorgde.

Vanavond kreeg ik het verschrikkelijk nieuws dat een van de jongens uit Onesimus om het leven is gebracht. Het nieuws is echt onvoorstelbaar, ongelooflijk en heel erg aangrijpend. Dat zo’n jonge jongen van amper 17 jaar op deze manier aan zijn einde komt is vreselijk. Toen ik in Kenia zat is een van de huismoeders uit het tehuis waar ik zat verongelukt, en daar zijn wij met de paar huismoeders, vrijwilligers en 30 kindjes heel erg verdrietig om geweest. Dat Ria, Matheka en Mirjam, die de tehuizen hebben opgezet, nu in een half jaar tijd weer iemand kwijtraken waar ze zo om geven en zich zo voor inzetten, is simpelweg heel erg verdrietig. Net als voor de andere jongens in het tehuis, die gevoelsmatig een van hun broertjes verloren hebben.

Het rare is dat ik vandaag nog aan Erik vertelde dat het mij eindelijk begon te lukken om Kenia een beetje los te laten. Na dit nieuws zou ik zo graag weer terug gaan om ze allemaal een grote knuffel te geven. Lieverds, ik mis jullie!