Welkom op susansusan.nl, de plek waar ik mijn hart lucht en mijn niet-altijd-even-intense-gedachten met de wereld deel. Mijn naam is Suus, twentysomething en ik woon in de mooiste stad van het land: Utrecht. Hier bezit ik een klein paleisje en studeer ik Documentaire Fotografie, mijn grootste passie & frustratie tegelijk. Naast al het klikken met mijn camera geniet ik vooral met volle teugen van de liefde van mijn leven; 10 juni 2010 ben ik getrouwd met Erik!

Ik eet me ziek aan chocola en heb een zwak voor rode katten, oude fotocamera's, bloemetjesprints en groene thee drinken uit hele grote mokken. Vanaf maart 2009 heb ik 5 maanden in Kenia gewoond, waar ik vrijwilligerswerk heb gedaan in het Dickson Children Centre. Een onvergetelijke tijd! Van mijn kersverse huwelijk tot Afrikaanse-trekjes en de dagelijkse dingen des levens; alles wordt hier beschreven. Ik daag je uit om mee te lezen!



De vakantie in woord

Frankrijk was heerlijk! Hoewel het lang niet zo spannend en mooi was als de 4 weken backpacken door Kenia en Tanzania van vorig jaar, heb ik wel ontzettend genoten van het samen op vakantie zijn als pasgetrouwd stel. Wat veel mensen niet weten, is dat Erik en ik elkaar – heel cliché – op vakantie in Zuid-Frankrijk hebben leren kennen. Ik kan het net nog iets erger maken; bij de pingpongtafels heb ik hem ontmoet… Deze vakantie zijn we weer teruggegaan naar die omgeving.

Maar voordat we dat deden, stond er eerst een weekje op het fotofestival van Arles op het programma! Elk jaar is er in het Zuid-Franse Arles een groot fotofestival wat van begin juli tot half september duurt. Op verschillende lokaties in de stad zijn in totaal 60 tentoonstelling te zien, en tijdens de openingsweek komen alle ‘grote’ fotografen uit de hele wereld naar het Franse Arles. Er zijn lezing, debatten, workshops, signeersessies, rondleidingen over de tentoonstellingen en heel veel feestjes. En dat alles bij 30 graden. Kortom; de hemel voor een fotografiestudent. Voor Erik iets minder, maar toch hebben we heel enthousiast een paar dagen door Arles gelopen. Het soort fotografie viel me een beetje tegen, het was allemaal heel conceptueel en ik houd meer van het echte documentaire werk. Toch heb ik een paar heel goede tentoonstellingen gezien. Bijvoorbeeld van fotograaf Paolo Woods, over het moderne Iran. Hij heeft de clash tussen het oude en moderne Iran gefotografeerd; traditionele perzische tapijten met een afbeelding van Britney Spears, en meisjes in zwarte kleding en een hoofddoek waar een verband van de pas uitgevoerde neuscorrectie onderuit komt. Ook was er een tentoonstellingen over de censuur in de Chinese staatsmedia in de tijd van Mao, met heel veel gemanipuleerde foto’s die naast het origineel werden tentoongesteld. Kortom; een week met heel divers werk.
Naast fotografie stond Arles ook in het teken van voetbal; de halve finale hebben we met een groep van 40 Nederlandse fotografiestudenten bekeken op een plein in het centrum van Arles. Wij hadden een geweldige avond en maakten veel herrie, de mensen die op het terras rustig dachten te gaan eten hadden het iets minder fijn. Het was een heerlijke week, maar als ik toch een nadeel mag noemen… de muggen! Ze waren zo agressief, na een avondje waren mijn benen al een grote connect-the-dots.

Na ons weekje Arles zijn we verder gereden naar een heel klein afgelegen dorpje, om daar een nacht in een klein romantisch hotel door te brengen. Een cadeautje van ons huwelijk, dat op die dag precies een maand geleden was. We dineerden onder de wijnranken, ik at voor het eerst in 3 jaar vlees en rolden na de creme brulee ons heerlijke bedje in. ‘s Ochtends werden we wakker gekraaid door een haan, en ontbeten we in de tuin met huisgemaakte yoghurt en jam.

Na dit geweldige nachtje reden we door naar de plek waar we elkaar ontmoet hebben; een van de meest walgelijke, Hollandse hutje-mutje campings die ik ken. We kampeerden nu alleen bij de camping daar naast, en die was geweldig! Afgelegen, ruim, basic, maar 25 andere tentjes, relaxte mensen, weinig Nederlanders; HEERLIJK. Een heel contrast met het klein-Nederland waar we elkaar leerden kennen. Toch zijn we daar ‘s avonds heengegaan om voetbal te kijken, want geen betere plek natuurlijk dan een camping die net zo oranje is als de volskwijk waar we in Utrecht naast wonen. Helaas werden we voor het begin van de wedstrijd al van het terras afgestuurd, en zijn we in de dichtstbijzijnde stad op het eerste beste terras met Nederlands aangeschoven. De hele avond zat er zo’n waar pessimistische vent achter ons, die elke bal slecht vond, alle spelers kut en wel 100 keer ‘dit is toch geen voetbal’ riep. Samen met de uitslag van de wedstrijd werd het echt een ‘topavond’ dus…

De laatste dagen van onze vakantie waren heerlijk. Hele dagen lagen we in de handmat, op een kleedje of aan het water. Onze uitjes hebben we beperkt tot bezoekjes aan de supermarkt en een uitstapje naar een grot. We speelden tientallen kaartspelletjes, schreven hele puzzelboekjes vol en ik las 2 boeken uit.

Het was een fijne vakantie, maar ik denk dat we volgend jaar weer met onze rugzakjes op stap gaan naar een onbekend oord. Ik heb weer zin in onbekende plaatsen, elke dag Marokko of Ijsland; here we come!




Vive les Vacances

Vorig jaar zaten we op het prachtige en totaal uitgestorven strand van Matemwe op Zanzibar. Tientallen kilometers verwijderd van de grote resorts, op een plek waar de bevolking maar 2 woorden Engels sprak, je niets anders kon doen dan langs het strand wandelen en we ‘s nachts in slaap werden gezongen door het ruisen van de zee en de palmbomen.





Dit jaar gaan we naar Zuid-Frankrijk; verschil moet er zijn. Met een tas vol oranje vlaggetjes, wuppies, welpies en beesies.

Tot over 2 weken!




Snorkelen in het paradijs

Net als je jezelf alweer dreigt te verliezen in alles dat ‘moet’ en die 5 maanden Kenia al zo lang geleden lijken, bied de fotoservice van de Hema uitkomst. De foto’s van ons snorkeltripje! Gewapend met een onderwatercamera gingen Erik en ik op onze laatste dag Zanzibar snorkelen. Heel stoer, in een authentieke zeilboot en met 2 Tanzanianen die ongeveer 4 woorden Engels spraken. Ik sprak zelfs meer Kiswahili dan zei Engels, ongelooflijk. Toen na 5 minuten de eerste golf ons compleet nat spoelde kreeg ik even heel erg veel spijt van onze wij-gaan-stoer-met-de-zeilboot-actie (flashback naar de 5 uur durende horror-boottocht), maar op rustiger water was het echt fantastisch. Zon in je gezicht, wind door je haren en motorboten vol toeristen die foto’s van ‘ons’ zeilbootje maakten. Na ruim 2 uur varen in ons authentieke mini-bootje werden we na een kleine uitleg (dit is een flipper en dit is je masker, succes!) in zee gedropt en mochten we snorkelen tot we geen zin meer hadden. Terwijl onze kapitein en eerste stuurman lekker lagen te slapen in hun boot zwommen Erik en ik langs de meest prachtige vissen. Mijn flippers waren 3 maten te groot en na een half uur zwemmen viste ik een kleine krab uit mijn tshirt (auw!) maar dat mocht de pret niet drukken; het was echt geweldig!

Prachtig Matemwe
Prachtig Matemwe

Erik en de bootman
Erik en de bootman

Hozen
Iedereen had een taak op de boot; Erik hielp mee met het zeil, ik moest hozen.

Bootman
Bootman

Prachtig blauw
Prachtig blauw

Onbewoonde tropische eilanden; ze bestaan!
Onbewoonde tropische eilanden; ze bestaan!

Artis-vis live
Artis-vis live

Zeester
Zeester

Scuba Suus
Scuba Suus

Prachtige school vissen
Een prachtige school vissen; dit vergeet ik nooit meer!

En ja, het water was echt zo blauw.




Hemel op aarde

En op de achtste dag schiep God Zanzibar.

Wij waren in het paradijs! 5 Dagen lang, maar beter gezegd veel te kort. Wuivende palmbomen, de ruisende zee, stralende zon en water dat zo ontzettend mooi blauw is dat je bijna gaat vermoeden dat er de nodige kleurstof aan is toegevoegd. Er bestaat dus wel degelijk een plek op aarde die net zo mooi is als men in de reisgidsen laat zien. En wij zijn er geweest. W-a-u-w-!

De bootreis was alleen echt ronduit verschrikkelijk. En dan niet wij-zijn-als-westerlingen-niets-gewend verschrikkelijk, maar echt niet leuk. Het klonk allemaal heel romantisch: om 5 uur ‘s ochtends met een klein bootje, samen met 2 Italianen en 3 Tanzanianen, in een paar uur tijd naar Zanzibar varen. Geen vliegtuig of grote toeristenferry en vooral geen massa’s blanken, maar heel klein en romanmtisch naar het tropische paradijs varen. Zonsopkomst op zee, een eiland dat langzaam in zicht komt, een zee die steeds blauwer wordt en op het strand gedropt worden. Dat laatste is ook gebeurd, maar daar gingen wel de meest verscrhikkelijk 5 uur van mijn leven aan vooraf. Dikke wolken, harde wind, een ontzettend ruige zee, metershoge golven, urenlang bang zijn dat je verzuipt/overboord slaat/zinkt/al het genoemde bij elkaar. We kregen de een na de andere hoge golf over ons heen en ik was tot op de laatste draad van m’n ondergoed doorweekt en kotsmisselijk. Een 5 uur durende bijna-dood-ervaring die ook nog eens 25 dollar per persoon heeft gekost.

Maar toen na uren bidden, hopen en kotsen er langzaam land in zicht kwam werd de bootreis ineens een stuk beter. De zon begon te schijnen, die lichtgevend witte streep in de verte bleek het strand te zijn en het water werd steeds blauwer en blauwer. Na 5 uur sprongen we het knalblauwe warme water in; hallelujah! De toeristen keken verbaasd naar die 4 verzopen hoopjes die met grote backpacks het strand van Nungwe op liepen, en toen waren wij wel even heel erg trots op onszelf. Dat hebben we toch maar weer gedaan! Niet dat ik op het bevuilen van de boot na veel gedaan heb (waarbij ik overigens ruimschoots verslagen ben door onze Italiaanse reisgenoot die de hele reis kotsend overboord heeft gehangen) maar het was toch wel echt een heel avontuur. We hebben onze tassen in het eerste beste guesthouse gedropt, ontbeten met een flink bord patat en de dagen daarna niets anders gedaan dan in de zon liggen, door de branding lopen en ‘s avonds op het strand naar de ondergaande zon kijken. Het was het ene hoogtepunt na het ander, met als winnaar het moment dat we ‘s avonds met onze voeten in het zand op het strand zaten te eten en de stroom uit viel. Het was pikdonker, wij hadden alleen het licht van onze kaars en de enige muziek kwam van de ruisende zee.

Na 2 dagen hebben we Nungwe verruild voor Matemwe en leerden we dat het zelfs in het paradijs nog net ietsje mooier kan. Het strand was kilomters lang, breed, wit, voorzien van palmbomen en compleet uitgestorven. 3 Dagen lang lagen we in hangmatten, wandelden we over het paradijslijke strand en aten we octopus die een paar uur daarvoor nog in de zee zwom. Op de laatste dag hebben we gesnorkeld tussen het koraal en dat was toch wel eens van de mooiste dingen die ik ooit gezien heb. Eerst hebben we 2 uur gevaren op een authentieke zeilboot, met 2 Zanzibarianen die ongeveer 4 woorden engels spraken (hello, yes, no en money) en vervolgens werden we in zee gedropt en mochten we snorkelen tot we het zat waren. Het was echt ontzettend mooi en met geen pen danwel toetsenbord te beschrijven, dus als de foto’s van mijn onderwatercamera ontwikkeld zijn zal ik die wel posten. Die middag aten we om het af te leren nog maar een keer octopus en verruilden we paradijslijk Matemwe voor Stone Town. Vanmorgen om 7:30 zeiden we Zanzibar na 5 ongelooflijk fantastische dagen gedag en vlogen we in 3 kwartier naar Mombasa. We hadden echt geen zin in de 3 uur boot en 12 uur bus van Zanzibar naar Mombasa, en dan hadden we Zanzibar op donderdagavond al moeten verlaten. Nu konden we tot zaterdagochtend blijven en vooral nog wat extra uurtjes genieten. In Mombasa zijn we meteen naar Dickson gegaan om mijn souvenir koffer op te halen en die 31 schatjes waar ik 4 maanden mee gespeeld heb op frisdrank te trakteren. Het was fantastisch om de kinderen weer even te zien, en gelukkig was dat wederzijds want ze sprongen werkelijk gillend op me af. Ik kreeg een heleboel kussen en knuffels en werd nog even lekker aan mijn haren getrokken door Erick. Wat is dat mannetje gegroeid in 4 weken tijd! Ongelooflijk, het zal me niets verbazen als hij over nog eens 4 weken al kan autorijden en een vriendinnetje heeft. Ook is er weer een nieuw kindje in Dickson: de 3-jarige Mwangi. Een superklein en ondeugend kereltje die zijn 31 nieuwe broertjes en zusjes meteen in hun hart gesloten hebben.

En nu zit ik weer in het internetcafe, op dezelfde plek als waar 3,5 week geleden ons avontuur begon. Wat hebben we veel gezien, geleerd en meegemaakt. En wat hebben we ook genoten van die 4 weken samen! Het was echt heel bijzonder om dit samen nu al mee te mogen maken en daar zijn we ook heel dankbaar voor. De afgelopen weken moest ik op al die mooie momenten nog wel eens denken aan mensen die elkaar (definitief) moeten missen, en hoe gezegend Erik en ik zijn dat wij elkaar hebben. Morgen zeg ik Kenia, de stof, de mensen, de pole pole en hakuna matata, de brandende zon, het Kiswahili en mijn geliefde rugzakje gedag en vlieg ik weer naar Nederland. Na 5 fantastische maanden kan ik met gemengde gevoelens die ene zin uitspreken die ik alle vrijwilligers heb horen zeggen op die avond voordat ze naar huis gingen:

Morgenavond slaap ik ik in mijn eigen bed.