Leven en dood. Het zijn twee uitersten, die toch zo nauw met elkaar verweven zijn. Ik heb er veel over nagedacht deze week; ze speelden beiden een grote rol de afgelopen dagen.
Morgen vieren we het leven, dat van mijn kleine neefje.Vandaag is het een jaar geleden dat hij geboren werd. Dat kleine mannetje dat van een groepje mensen ineens ouders, grootouders en ooms en tantes maakte. Wat genoten we van zijn prille leven de afgelopen 12 maanden, en wat is het al ondenkbaar dat hij er ooit niet was.
Erik vierde gisteren ook zijn verjaardag. De eerste als getrouwde man, samen in ons huis in Utrecht. “Het leven begint bij 25″, zei hij met een grote lach, toen hij de kaarsjes op zijn chocoladetaart uitblies.
Maar het leven stopt soms ook bij 55, zonder waarschuwing vooraf. Woensdag overleed mijn oom in zijn slaap, en dinsdag begraven wij hem. Een ontzettend verdrietige gebeurtenis, die eigenlijk veel te vroeg plaats vind.
Het was een rare week waarin ik tussen totale uitersten heen en weer geslingerd werd. Van kaarsjes uitblazen tot een intens verdrietige opa en oma troosten. En dat in slecht een paar uur tijd. Maar ik merk dat ik er vrij rustig onder blijf. Misschien komt het door Kenia, waar ik een begrafenis meemaakte die zo totaal ontnuchterend werkte dat het mijn kijk op leven en dood misschien wel fundamenteel veranderd heeft. De dood hoort bij het leven, daar in Afrika helemaal. Geen plechtig einde, gecondoleerd en ceremonieel gedoe. Het leven komt zoals het komt, en gaat ook meteen weer door. En wij die denken dat we alles kunnen, hebben er totaal geen grip op. En moeten het maar nemen zoals het gaat.















Terugblik